Ook in Nederland kan je fantastisch duiken


Duiken In dat ogenschijnlijk saaie grijze Nederlandse water huist ongekende schoonheid. Voor koraal, zeepaardjes en sepia’s nemen duikers kou en beperkt zicht voor lief.

  • Paul Koopman

Een harlekijn-naaktslak in de Oosterschelde
Een harlekijn-naaktslak in de OosterscheldeFoto Paul Koopman 

‘Is daar wat te zien dan?” Die vraag is met grote zekerheid te voorspellen, als ik iemand vertel dat ik graag in Nederland duik. Begrijpelijk. Wie lopend, vanaf de fiets en zelfs vanaf een bootje in het Hollandse water kijkt, ziet vooral veel grijstinten. Niet die schakeringen van aquamarijn tot smaragd van de Middellandse Zee of de tropen. Ja, dat zich dáár prachtig leven schuilhoudt, kun je raden. Maar in Nederland?

Ja dus. Nu de watertemperaturen weer oplopen, wordt het op de populaire duikstekken drukker en drukker. Langs de oevers van de Grevelingen en de Oosterschelde maar ook bij zoetwaterplassen als Vinkeveen en de Zevenhuizerplas vullen de parkeerplaatsen zich met bussen en auto’s vol duikflessen en -koffers. Hele gezinnen installeren zich aan de voet van zeeweringen. Onder hen relatief veel Belgen en Duitsers en soms Fransen die uren hebben gereden om hier te duiken.

Je kunt Nederlandse duikers grofweg in twee categorieën indelen: zij die in Nederland een brevet halen met het doel zo snel mogelijk naar een warm land te gaan om daar van het onderwaterleven te genieten, en zij die buitenlandse vakantieduiken zien als een aangename onderbreking van de duiken in Nederland. Ik behoor duidelijk tot de tweede categorie.

De kiem voor deze passie werd lang geleden gelegd toen mijn vader, opkijkend uit de krant die hij aan het lezen was, mededeelde: „Wisten jullie dat er in Nederland ook koraal onder water zit? In Zeeland nog wel!” Ik was acht jaar, en nog maar net verhuisd van Brabant naar Middelburg. Zeker veertig jaar later kon ik, het Advanced open water-brevet vers op zak, zelf gaan kijken. Het koraal bleek dodemansduim te heten, het is wit en oranje, zo groot als een vuist en met prachtige poliepjes die het voedsel uit de Oosterschelde filteren. Inmiddels heb ik ruim vijfhonderd duiken in mijn logboek genoteerd, waarvan veruit de meeste in Nederland.

Een dodemansduim in de Oosterschelde.Foto Paul Koopman

Ik neem graag voor lief dat het water hier aanzienlijk kouder is dan in de tropen en het zicht een stuk slechter: tussen de 50 centimeter en een meter of 6. Als ik in het water lig en met mijn buddy afdaal, begint het grote genieten, een mengeling van zen en adrenaline: de verrukking van het gewichtloos zijn, het rustgevende geluid van je ademhaling en de spanning over wat er te zien zal zijn. In het zoete water kun je betoverd raken door het licht, dat uitwaaiert over de oprijzende waterplanten. Je kunt er snoeken bezoeken die niet opzijgaan, omdat ze ruim een meter groot zijn en zich niet laten imponeren door een mens met een fles op zijn rug. Er zijn kleine rivierkreeftjes met hun schaartjes dreigend omhoog. En polsdikke palingen die vooruit schieten om een baarsje te vangen.

Omrijden voor spektakel

Maar de echte magie vind ik in het zoute water – een instructeur uit duikparadijs Bonaire met wie ik ging duiken in de Grevelingen bij de populaire duikstek Den Osse wist niet wat hij zag. Extatisch gebaarde hij: kijk daar, een kreeft! Kijk daar, een oorkwal! Kijk daar, een zeester zo groot als een soepbord! Tot hij binnen een kwartier tientallen kreeften, zeesterren en kwallen had gezien en moest concluderen dat dit in de Grevelingen niets bijzonders is.

Ik nam hem mee naar een plek waar ik een zeedahlia wist, een dier als een tropische bloem. Felrood, oranje en wit, met zo’n honderd tentakels. Ik wees hem op een botervisje, dat lijkt op een kleine paling en een donderpad, een vis met een brede kop en grote kraalogen. In het zand hield een sepiola zich verborgen, een schattig inktvisje zo groot als een knikker, met sproetjes over zijn hele lijf.Een zeedahlia en een zeester in de Grevelingen.
Foto’s Paul Koopman

In de Oosterschelde, die dankzij de stormvloedkering nog twee keer per etmaal van zuurstofrijk zeewater wordt voorzien, is rond deze tijd een spektakel te zien waar sommige duikers honderden kilometers voor omrijden. Zodra het zeewater twaalf graden is zwemmen zeekatten – inktvissen met tijgerstrepen op hun flanken – van de Atlantische Oceaan naar dit water om zich er voort te planten. De mannetjes waken over de vrouwtjes die behoedzaam hun eitjes afzetten en dan sterven. Soms wordt er gevochten of doen mannetjes zich voor als vrouwtje om hun vlam dichter te kunnen naderen. Rond september komen de eieren uit en worden de sepia’s geboren die hier jaren later weer zullen terugkeren. Met een beetje geluk vind je dan ook een kortsnuit-zeepaardje, al dan niet met broedsel in zijn broedbuidel – bij zeepaardjes zijn de mannetjes ‘zwanger’.

Felrood in de paaitijd

Lees ook:De kust is perfect voor kunst

Los van het sepia-ballet, dat buitenaards aandoet, is op de tientallen duikstekken aan de Oosterschelde een optocht van kleurrijke naaktslakken te zien, met namen als slanke ringsprietslak – met zuurstokkleurige uitsteeksels – of fris-gele harlekijnslak. Je kunt er kleine spookkreeftjes of hooiwagenkrabben bewonderen. Er zijn duikers die hier helemaal voor gaan, met een vergrootglas onder handbereik om het kleine spul nog beter te bekijken. De Oosterschelde krijgt ook in de winter bijzonder bezoek, zoals van snotolven, vissen die zich met een zuignap op stenen vastzetten en waarvan de mannetjes in de paaitijd felrood gekleurd zijn. En met een beetje geluk word je omringd door scholen ansjovis, zeebaars of harders.

„Is daar wat te zien dan?”

WAT HET KOST

Een duikuitrusting – trimvest, ademautomaten-set, duikpak, vinnen en masker – kost al snel 1.000 euro. Een duikfles met perslucht en loodgordel kun je bij de meeste duikcentra huren voor 7,50 tot 10 euro . Koop je zelf een duikfles ( circa 250 euro) dan kost 12 liter perslucht nog geen 3 euro. De cilinder moet wel elke vijf jaar worden gekeurd. Huren van een complete uitrusting kan ook. Reken op 40 tot 70 euro voor een dag.

Wie nog geen duikbrevet heeft, en wil kennismaken met deze sport, kan een proefles (‘discover scuba’) boeken bij een duikschool of centrum aangesloten bij de organisatie PADI of NOB. De kosten liggen tussen de 70 en 100 euro, inclusief materiaal.

Het halen van een brevet waarmee je na afloop 20 meter diep mag duiken (PADI open water of NOB 1*) kost in Nederland rond 500 euro, de prijzen kunnen per duikcentrum verschillen.

Bron: NRC
https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/16/onder-de-grijze-baren-a3960362

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

dertien + 6 =